december 2017

logo

 

Sierend bouwbeeldhouwwerk Rotterdam

De dubbele woning met souterrain Mathenesserlaan 262-264 te Rotterdam, uitgevoerd in een rode verblendsteen met zandstenen details, komt in 1905 gereed.

Vormgever van dit gemeentelijk monument is plaatselijk architect Piet Buskens. De gebeeldhouwde dierenkop links boven de entree is van beeldhouwer en stadsgenoot Jan Lourens de Wolff (1851-1927). De uitwerking van de kop, die dienst doet als vlaggemasthouder, wordt aan Lucas Wensink uit Rotterdam overgelaten. In februari 1905 bericht het Nieuws van den Dag, dat in het Bouwkundig Weekblad een afbeelding van de voorgevel en de plattegrond van het bewuste pand staan. Buskens betrekt nr. 264 als een eigen woning; de bel-etage is ingericht als kantoorruimte. Voor het gevelontwerp ontvangt hij in 1904 een zilveren medaille.

Rotterdam, Mathenesserlaan 262. Detail vlaggemasthoudernaar ontwerp van Jan Lourens de Wolff..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdelijke Jugendstilbouwsels Katwijk

Sommige bouwwerken ten behoeve van exposities zoals entreegebouwen met kassa’s, kiosken e.d. zijn van tijdelijke aard, bijvoorbeeld aan de Nederlandse kust.

Bijvoorbeeld het toegangsgebouw van de Visscherij- en schilderijententoonstelling in Katwijk (1 juli tot 1 oktober1902). De architectonische invulling van het paviljoen is van de Leidse architect Hendrik Jesse. Opmerkelijk is zijn oplossing van de façade, namelijk opeengestapelde haringvaten. Het hoge, spits toelopende houten bouwsel op de achtergrond is een semafoor, een optische telegraaf (vlagsignalen) voor langs de kust. Verrassend is de naam van de ontwerper van de decoratie van het poortgebouw, namelijk van kunstenaar Jan Toorop (1858-1928). In een krantenartikel uit juni 1902 staat vermeld dat de voorstelling uitgevoerd is door W.A. Wassenaar, een leerling van Toorop. Boven de hoefijzervormige ingang bevindt zich een decoratie in de vorm van een allegorische voorstelling met een schilderes, visser en een vissersvrouw. De aanvankelijk door Jesse bedachte decoratie kan in de ogen van het organiserend comité namelijk geen genade vinden. De architect doet nog een poging om de creatie van Toorop te bekritiseren, maar legt zich uiteindelijk neer bij de beslissing. Toorop, op dat moment inwoner van Katwijk, is ook verantwoordelijk voor de catalogusomslag van de schilderijententoonstelling. De expositie wordt gehouden op het tentoonstellingsterrein aan de Van Wassenaerstraat bij het Noorderstrand

Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.26.36Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.25.56

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.26.24

 

 

Tijdelijke Jugendstilbouwsels Düsseldorf

Nog een voorbeeld, dit keer in 1902 in het buitenland. De kiosk van de Dampfschiff-Gesellschaft, een initiatief van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatspoorwegen, de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorwegmaatschappij en de Stoomvaartmaatschappij ‘Zeeland’, was als enige Nederlandse inzending vertegenwoordigd op de Industrie- und Gewerbe Auststelling in Düsseldorf. Het uitzonderlijke ontwerp is van W. de Jong. Hij ontvangt de opdracht vermoedelijk, omdat hij bouwkundige is bij de Staatsspoorwegen in Utrecht. Aannemer van de opdracht is J. Krap. De vormgeving van deze verkoopruimte voor tickets voor de scheepsroute Vlissingen-Londen is typerend voor de periode. De ongebreidelde toepassing van historiserende elementen, zoals de silhouetten van schepen compleet met masten.

2e. Vlissingen. Kiosk (zijaanzicht) schaal 1 - 60  2d. Vlissingen. Kiosk (vooraanzicht). Aannemer J. Krap.

 

 

 

‘Slaoliestijl’

Met deze denigrerende kwalificatie werd medio jaren zestig van de vorige eeuw door docenten van de Haagse Academie voor Beeldende Kunst gereageerd op de Jugendstil. Dat de reacties op deze internationale stijlstroming niet geheel nieuw waren bewijzen sommige negatieve reacties uit de periode zelf. Bijvoorbeeld een afbeelding in het tijdschrift ‘De Bouwwereld’ uit 1905, waarin de draak wordt gestoken met de eigenbouwers. Het past in het toenmalige beeld van de strijd om erkenning van het beroep van architect. Ook buitenlandse architecten moeten het soms in dit vakblad ontgelden. Zo wordt de Duitse architect Alfred Sasse uit Hannover opgevoerd als de bedenker van een wel heel vreemdsoortig pand. Volgens de redactie van ‘De Bouwwereld’ is de verklaring, dat Sasse een dierenliefhebber moet zijn: ‘Een muis (?) klautert tegen het dak op, onbevreesd voor den boozen draak, die loert op het dak van den erker en uit de schoorsteen steekt de kop van een fantasie-vogel’.

Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.26.51

Het Vademecum der Bouwvakken uit september 1899 gaat nog iets verder in de rubriek ‘Mijneringen’. Hierin bespreekt J.B. (Springer) de stijl, die hij menschelijke bouwstijl noemt. Een voorbeeld stelt een winkelpand met bovenwoning voor. In de hygiënewinkel kan met volgens het bord breukbanden en verbandstoffen kopen. In de andere twee panden uit 1905 zijn mensfiguren als versierende en ondersteunende elementen toegepast. Bijzonder is de rechterafbeelding waar een engel op het dak een man op het voorhoofd kust en tegelijk met beide handen zijn borst betast.

Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.27.08    Schermafbeelding 2017-11-28 om 11.27.23

 

Ook met de sierlijke lijnvoering van het interieur wordt soms de spot gedreven, zoals in het Duitse satirische weekblad ‘Lustige Blätter’.

3e. Wijnand Otto Jan Walenkamp persiflage op meubilair Henry van der Velde. In Lustige Blätter (1899)  3d. William A. Wellner 'Der neue Still' in Lustige Blätter, vol. 14 nr. 17 (1899). Parodie op werk Franse meubelmaker Francois Rupert Carabin.

 

 

 

Boekrecensie

Zoals in een vorige nieuwsbrief reeds aangekondigd, verscheen onlangs bij uitgeverij De Nieuwe Haagsche in Rijswijk het door Peter van Dam geschreven boek ‘W.B. van Liefland 1857-1919. Eigenzinnige architect en stedenbouwkundige’. Het 200 pagina’s tellende, gebonden boek in langwerpig formaat is voor € 26, – verkrijgbaar bij de boekhandel. Auteur/researcher Van Dam (1948), bekend van eerdere publicaties zoals de monografie over Johan Georg van Caspel, ir. Louis Kalff of N.P. de Koo heeft ditmaal zijn keuze laten vallen op de architect, politicus en stedenbouwkundige Wilhelmus Bernardus van Liefland, een van de meest prominente Nederlandse bouwmeesters in zijn tijd. Een deel van zijn oeuvre, vooral in de destijds mondaine badplaats Scheveningen is verloren gegaan. Tijdens de hoogtijdagen van de Jugendstil wist hij met de oude Pier (samen met ingenieur Emile Wyhowski), het Palace Hotel en het Circusgebouw grote triomfen te vieren. Het Wandelhoofd Wilhelmina is echter door de Duitse bezetter in 1943 opgeblazen. Het luxueuze Palace Hotel, eigendom van de nv. Exploitatie Maatschappij Scheveningen (E.M.S.), wordt in 1965 gesloten. Na een verbouwing tot kantoorpand zal het gebouw in 1978 uiteindelijk worden gesloopt. Een soortgelijk lot treft het Circusgebouw. In december 1968 valt het besluit om de markante vaste winterlocatie voor rondreizende circussen af te breken vanwege achterstallig onderhoud. Alleen de kapconstructie van de creatie van Van Liefland blijft behouden. Is er dan niets meer bewaard gebleven? Ja, bijvoorbeeld de Oranjegalerij op de Boulevard. Althans datgene dat vandaag nog resteert van de eerste overdekte winkelpromenade in Scheveningen. Door het ongebreideld dichtbouwen waardoor winkeltjes en restaurants met terrassen zijn ontstaan is nauwelijks iets herkenbaar. Zeker van veraf omdat bij de zoveelste modernisering van de badplaats bovenop de galerij detonerende paviljoens met golvende daken zijn neergezet. Het naslagwerk van Van Dam laat aan de hand van afbeeldingen, bouwtekeningen en toenmalige krantenreacties nog iets van de grandeur van deze ‘verrommelde’ badplaats aan de Noordzee zien. Minder dramatisch is het gesteld met het bedrijfspand van de firma Hoogeveen op de Veenkade (1901). Een detailstudie zou interessant zijn waarom de bouwtekening van de voorgevel in een aantal details afwijkt van de huidige toestand.

 

4. Scheveningen, Wilhelmina wandelhoofd. Creatie W.B. van Liefland en E. Wyhowski.

 

In het tweede deel van dit rijk geïllustreerde boek gaat de auteur dieper in op de vele bouwprojecten. Van Liefland toont zich allround en levert ontwerpen in diverse bouwstijlen. Opvallend is het aantal voetnoten met bronvermelding. Interessant is de wijze van totstandkoming van bepaalde projecten, bijvoorbeeld bij de Oranjegalerij. Vooral de inzet van vijf- tot zeshonderd werklieden, die in ploegendiensten 24 uur per dag werken en tijdelijk gehuisvest worden in loodsen, lijkt anno 2017 extreem. Echter een verwijzing naar de huidige werk- en leefomstandigheden in Dubai doet anders vermoeden. Als lezer moet men echter wel bedenken, dat deze bouwprojecten meer dan honderd jaar geleden zijn gerealiseerd. Door de mix van gegevens uit de archiefdocumentatie weet Van Dam de context waarbinnen zaken destijds plaatsvonden treffend weer te geven. Minder geslaagd is de keuze om sommige bouwtekeningen ‘klein’ af te drukken, waardoor details minder goed zichtbaar zijn. Van Dam heeft aangekondigd om in volgende publicaties aandacht te schenken aan andere (Haagse) architecten, die ook tijdens de Jugendstilperiode hun sporen hebben verdiend. Onze stichting is benieuwd naar de uitkomst hiervan.

Peter van Dam: ‘W.B. van Liefland 1857-1919. Eigenzinnige architect en stedenbouwkundige’, Uitgeverij De Nieuwe Haagsche. ISBN 978 94 6010 064 2