januari 2018

logo

Nieuwsbrief  januari 2018

 

Sierend bouwbeeldhouwwerk Haarlem

In Haarlem schakelt plaatselijke architect Jacob London in 1900 Gerrit Veldheer (1857-1950) in bij de verfraaiing van een winkelpand in de Koningstraat. In juli 1901 wordt door de afdeling Haarlem van de Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst de façade van de bakkerij via een gevelwedstrijd met een zilveren medaille bekroond. Net als in Groningen bij het beeldhouwwerk van de voormalige meubelfabriek ‘Nederland’ bestaan er twee lezingen over de vervaardiger. Sommige onderzoekers verwijzen naar Veldheer als beeldhouwer. In de publicatie ‘Muurvast en gebeiteld’ van Ype Koopmans uit 1994 wordt de geveldecoratie echter toegeschreven aan Johannes Ludovicus (Louis) Vreugde (1868-1936).

1. Haarlem, Koningstraat 37 (1900). Detail etalage met beeldje van meesterbakker Brakenhoff, de opdrachtgever.

 

 

Willem Diehl Arnhem

In de categorie houten kiosken drie voorbeelden. In 1903 wordt bij het spoorviaduct Velperpoort in Arnhem een in dakhoogte verspringende kiosk gebouwd. Opdrachtgever is uitbater A. Driessen en de aanneemsom bedraagt ƒ 1875, -. Het bouwsel van architect Willem Diehl (1876-1959) heeft twee functies. Een rechterdeel is gereserveerd als wachtruimte voor passagiers van de paardentram naar Velp (inclusief kolenkachel!). De linkerhelft is bestemd voor de verkoop van consumpties. De realisatie moet volgens de gemeente aan bepaalde criteria voldoen. Zo mag de trottoirbreedte niet overschreden worden en de spoorwegdirectie eist een bepaalde hoogte ten opzichte van het viaduct. De belettering van de cacaoreclame op de kiosk is eveneens bedacht door Diehl. Hoe lang de kiosk in gebruik is geweest is onbekend.

Schermafbeelding 2017-12-15 om 15.16.10

In de zomer van 1903 wordt in zalencentrum Musis Sacrem aan het Velperplein te Arnhem de tentoonstelling ‘Toegepaste Moderne kunst’ gehouden. Plaatselijk architect Diehl wordt door de Maatschappij van Nijverheid benaderd om de tijdelijke entreepartij met de kassaverkoop te realiseren. Volgens berichtgeving in Het Handelsblad: ‘kan men de gebouwtjes weinig monumentaal vinden, erkend moeten worden dat zij met hun constructie van masten en bogen vroolijk staan en ook dat de moderne lijn hier weer eens uitspreekt’.

3b. ontwerp entree tijdelijke expo Moderne Kunst, Musis Sacrum (1903). Architect W. Diehl.

 

 

 

Haagse Jugendstil als inspiratiebron

De Haagse kunstenaar Sees Vlag heeft in de loop van zijn carrière grafiek gemaakt waarin onder andere Haagse Jugendstilpanden een hoofdrol spelen.

 

Casuariestraat 43-49 (1969)

Twee gespiegelde bedrijfspanden met bovenwoning (1903). Naam architect onbekend. Status: gemeentelijk monument. Let op de tijdsgebonden details, namelijk een geparkeerde groene kever Volkswagen en op de achtergrond twee opvallende antennemasten.

4a. Sees Vlag. Den Haag, Casuariestraat (1969). Afm. 55 x 40 cm.

 

Laan van Meerdervoort 215 (1976)

Woonhuis met façade van kalkzandsteen naar ontwerp van architect Jan Olthuis (1900/01). Status: rijksmonument. Op de voorgrond een gele HTM-tramlijn 3 met als eindbestemming Bohemen (voor 1981), omdat in dat jaar de lijn werd verlengd. Een exemplaar van deze linosnede bevindt zich in de collectie van het Haags Historisch Museum.

4b

 

Prinsegracht 42-46 (1988)

Voormalig ‘Magazijn Hollandia’ naar ontwerp van architect A.W. Meyneken (1908). Status: rijksmonument. Van 1954 tot 1980 de vestiging van het voormalige dagblad ‘Het Binnenhof’. Het pand is in 1987/88 verbouwd tot appartementencomplex met winkelruimte.

Sees Vlag is in 1934 te Gouda geboren. Opleiding (1954-1959): Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag, richting tekenen/schilderen. Later docent grafiek aan hetzelfde instituut. Lid van Pulchri Studio en Haagse Kunstkring. Als graficus autodidact. Zijn werk: naast enkele olieverven, kleurpotloodtekeningen, litho’s, zeefdrukken vooral linosneden. Met betrekking tot deze laatste arbeidsintensieve techniek spreekt Vlag liever over ‘kleurhoogdrukken’. Over elke prent doet de kunstenaar gemiddeld anderhalf tot twee jaar. Hij is vooral bekend vanwege zijn Haagse stadsgezichten.

4c. Sees Vlag. Den Haag, Magazijn Hollandia, Prinsegracht, (1988). Afm. 69 x 49 cm.

 

 

Lorrie Huis Jugendstilmuseum

In de residentie gonst het van de geruchten. Krijgt het Lorrie Huis aan het Smidswater 26 een nieuwe bestemming? Sinds deze zomer staat het door aannemer-architect Johannes Petrus Josephus Lorrie ontworpen huis uit 1896 namelijk te koop. Dit uiterst vroege voorbeeld van Nederlandse Jugendstil – inclusief originele inrichting – met de status van rijksmonument moet volgens de makelaar een bedrag van € 2.250.000, – kosten koper opbrengen. Oorspronkelijk bewoont Lorrie het huis met bedrijfsruimte zelf. Hij schakelt de bevriende glazenier Eduard W.F. Kerling in om de glas-in-lood bovenlichten van de vensters uit te voeren. Vermoedelijk is de lichtkoepel met vlammend zonmotief ook van zijn hand. De eveneens in Den Haag woonachtige Belgische beeldhouwer Emile Bourgonjon verzorgt het beeldhouwwerk aan het exterieur. Net als het befaamde Hortahuis in Brussel (inmiddels uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed) pleit een actiegroep voor het plan om het vier bouwlagen tellend pand de functie van Museumhuis te geven. Op initiatief van Hagenaar Harry Berg is een Faceboekgroep opgericht met het doel om dit culturele erfgoed voor Den Haag te bewaren en te benutten voor publiekelijk gebruik met een beperkte toegankelijkheid. Inmiddels zijn er gesprekken gaande met de gemeente (wethouder cultuur Joris Weismuller) en de Vereniging Hendrik de Keyser. Deze erfgoedinstelling heeft toegezegd eenmalig een bedrag voor haar rekening te nemen. Via fondsenwerving zal de actiegroep – onder leiding van Frans Visee – trachten de komende periode voldoende geld bijeen te brengen voor aankoop.

5a. Den Haag, Smidswater 26 (1896). Ontwerp J.P.J. Lorrie.

5b. Den Haag, Smidswater 26 (1896). Detail brievenbus.

5c. interieur begane grond Smidswater 26, Den Haag